Verontruste ANWB leden

16 juli 1998 in Trouw:

ONZE OPEN BRIEF AAN MR. P.A. NOUWEN

De groene verantwoordelijkheid van de ANWB

In het begin van de jaren negentig lieten de Verontruste ANWB-leden voor het eerst van zich horen. De ANWB vormde naar hun idee te veel een verlengstuk van de auto- en asfaltlobby, en had te weinig oog voor de milieuproblematiek. De statuten van de ANWB wezen daarentegen op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de ANWB, ook ten aanzien van het milieu. Nu, acht jaar na de start, dagen de Verontruste ANWB-leden hoofddirecteur Paul Nouwen uit om de ingezette 'vergroening' van de ANWB in zijn laatste jaar als directeur verder aan te scherpen. Voor Nouwen ligt er een kans om geschiedenis te schrijven als de man die de ANWB in de eerste helft van zijn bewind uit de rode cijfers hielp, en in de tweede helft een hecht verankerd groen gezicht gaf. Paars avant la letter. De baas van de ANWB, mr. Paul Nouwen, gaat Nederlands grootste vereniging binnenkort verlaten. Hij houdt het, vanwege zijn leeftijd, voor gezien.

Onder zijn leiding is de vereniging in de jaren tachtig uit de rode cijfers geklommen en heeft de vereniging zich in de jaren negentig een groener gezicht aangemeten. Met een ledental van over de drie miljoen is de ANWB in het merendeel van de Nederlandse huishoudens te vinden. De ANWB is dan ook met recht de grootste maatschappelijke organisatie die er in Nederland te vinden is. Dat alleen al verschaft het een bijzondere positie. Maar er is meer. De gedwongen winkelnering rond het lidmaatschap, dat in de woorden van hoofddirecteur Nouwen 'vrijwillig' wordt aangegaan. In vele huishoudens zal het eerste contact met de Wegenwacht nog in het geheugen gegrift zijn. Of de Bondsraad, liefkozend het 'parlement' van de ANWB genoemd, maar nog steeds een orgaan dat te kenmerken is als een 'old boys'-netwerk van driedelig grijs. En dan de directeur; een bevlogen persoon die het grootste deel van de aan de ANWB gerichte post persoonlijk afwerkt. Tot slot is de ANWB een vereniging waar miljoenen in omgaan (in 1997 werd voor het eerst de grens van een miljard gulden omzet doorbroken). Met het daaraan gekoppelde bedrijfskapitaal van driehonderd miljoen gulden is de ANWB een vereniging waar menig bedrijf jaloers op zou zijn. Overigens is inmiddels de zeggenschap van de leden op de besteding van dat miljard tot nul gereduceerd.

Zonder dat daar al te veel ruchtbaarheid aan is gegeven heeft Nouwen een forse verzakelijking in het bestuur van de vereniging doorgevoerd, waardoor de Bondsraad zijn invloed in de jaarrekening van de vereniging is kwijtgeraakt. Zo erg is dat gelukkig niet, want het betekent dat de Bondsraad zich nu geheel kan richten op waar hij voor is ingesteld: behartiging van de belangen van de drie miljoen leden. Die buitensporig grote aanhang van drie miljoen leden is voor Nouwen een belangrijke legitimering voor allerhande lobby-praktijken. De meest groene daarvan is van recente datum, en bestond uit hechte samenwerking met Natuurmonumenten, stichting Natuur en Milieu en enkele andere organisaties, rond de aanleg van de HSL. De lobby sorteerde weinig effect, maar leerde in ieder geval dat er met Nouwen ook in groene kwesties viel samen te werken. Zelfs de ENFB is niet meer de natuurlijke tegenpool die te vuur en te zwaard bestreden moet worden. Recentelijk onderzochten de ANWB en de ENFB gezamenlijk het tekort aan stallingsmogelijkheden voor fietsen bij de stations. Deze verandering in de maatschappelijke opstelling van de ANWB moet voor een belangrijk deel op het conto van de huidige hoofddirecteur geschreven worden. Al in het begin van dit decennium is Nouwen de Bondsraad van de ANWB links gepasseerd en heeft hij duidelijk gemaakt dat de ANWB zich meer rekenschap diende te geven van de maatschappelijke spanning tussen milieu en mobiliteit. In een lezing die hij in 1992 aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam hield, zette hij zijn visie uiteen. Hij typeerde de spanning tussen de keuze voor mobiliteit en die voor het milieu als een sociaal dilemma: het individuele belang (vrijheid van mobiliteit) verdraagt zich slecht met het algemeen belang (duurzame ontwikkeling). En hoewel de visie als zodanig geenszins nieuw of vernieuwend was, was het toch een duidelijke poging om maatschappelijke verantwoordelijkheid vorm te geven binnen een vereniging waarvan de ledenband niet veel verder gaat dan de Reis- en Kredietbrief en de Wegenwacht. Nouwen stak zijn nek uit en omarmde in die lezing het principe van de ecotax. In de jaren daaropvolgend heeft hij zich meermaals uitgesproken voor mobiliteitsbeperkende maatregelen (zoals autovrije dan wel autoluwe binnensteden) waar hij binnen de ANWB overigens nauwelijks de handen voor op elkaar kreeg.

Het aanstaande vertrek van Nouwen betekent dat hij de ANWB nog voor de magische eeuwwisseling zal verlaten. Uit het voorgaande zal duidelijk zijn geworden dat Nouwen wat de Verontruste ANWB-leden betreft het voordeel van de twijfel is gegund. Onder zijn bewind is de ANWB duidelijk ten groene gekeerd. Nog niet in die mate en met die intensiteit als met ons vele leden van de ANWB zouden wensen, maar een verankering van de groene identiteit is zeker gerealiseerd. Het is alleszins te verwachten dat het milieu de komende jaren weer wat hoger op de agenda van politiek Nederland. Het is aan Nouwen om dit uit te buiten en de ANWB definitief een plaats te geven op de landkaart van maatschappelijk verantwoord handelen. Wij dagen hem uit de hieronder staande agenda over te nemen:

* Onmiddellijke ondersteuning van het pleidooi voor algemene snelheidsverlaging, op snelwegen en in de steden. De voordelen van die snelheidsverlaging lopen uiteen van meer veiligheid tot beter milieurendement en relatieve versteviging van de positie van het Openbaar Vervoer.

* Aansluiting bij die organisaties die heroverweging van de besteding van de ICES-gelden willen: geen geld naar nieuwe wegen; meer geld voor duurzaam recreatie en toerisme in Nederland. De Interdepartementale Commissie Economische Structuurversterking zet vele kaarten op versnelde aanleg van wegen. Hij blijft daarmee steken in een negentiende eeuwse aanpak van een (eenen)twintigste eeuws probleem. Maatschappelijke tegenactie is dringend gewenst.

* Ondersteuning van verkeersregulerende maatregelen zoals rekening rijden op plaatsen waar geleiding van mobiliteit harde noodzaak is geworden. Rekening rijden is omstreden. Onder meer vanwege de ingewikkeldheid van het instrumentarium. Maar ook omdat het gebaseerd is op een andere gedachte over mobiliteit: op plekken waar mobiliteit schaars is, moet er misschien meer voor betaald worden. Net zoals de huizenprijs in Nederland ook niet overal gelijk is, maar van lokale omstandigheden afhangt, kan ook het prijskaartje dat aan mobiliteit hangt, van regio tot regio verschillen. * Ondubbelzinnig 'Nee' tegen een tweede luchthaven in Nederland (met inbegrip van een forse uitbreiding van Schiphol). De recreatieve structuur van Nederland laat dat niet toe. Compenserende maatregelen die geboden worden vallen in de categorie "Plant een berk ter compensatie van een regenwoud". Al deze punten zijn omstreden binnen de ANWB. Ze zijn ook omstreden binnen de Bondsraad. Dat laatste is natuurlijk vreemd, aangezien de Bondsraad eengetrouwe afspiegeling zou moeten vormen van de Nederlandse bevolking. En de milieumonitor wijst uit dat milieumaatregelen op blijvende steun onder de bevolking kunnen rekenen. Ook daar zou Nouwen zich rekenschap van mogen geven. Onze steun heeft hij in ieder geval. We wachten met spanning het komende milieubeleidsplan van de vereniging ANWB af. Daar willen wij nog wel even - hetzij ondanks hetzij dankzij de Wegenwacht - lid voor blijven.

Marc van Lieshout

Lid landelijk platform Verontruste ANWB-leden

Bron: Landelijk Platform Verontruste ANWB-leden 1998


Terug naar eerste pagina