De kritische mobilist (v/h Verontruste ANWB leden)

Heel Parijs moet aan het fietsen

(NRC 21 juli 2007) Sinds vorige week zondag telt Parijs 750 stallingen waar 10.000 bijna gratis fietsen klaar staan voor gebruik. Het is het resultaat van zeven jaar groene revolutie in de stad.

Fietsen in Parijs? Edouard Labiche, rommelig haar en modieuze spijkerbroek, vindt het idee ‘briljant’. Ecologisch, en „bijzonder praktisch”: binnen twintig minuten is hij is waar hij wezen wil, zonder op metro’s te wachten en in files te staan.

De 23-jarige student, die al zijn hele leven in deze stad woont, praat erover als een routinier. En toch had hij het tot voor kort nog nooit gedaan, fietsen in Parijs. Nooit aan gedacht, eigenlijk. Tot afgelopen zondag. Nu loopt hij met vanzelfsprekende nonchalance naar een van de 750 fietsenstallingen, die sinds kort overal in de stad verspreid staan. Hij hangt losjes zijn pasje voor de scanner, en klik, daar heeft hij een van de ruim 10.000 grijze fietsen te pakken die het gemeentebestuur ter beschikking stelt.

Het grijzefietsenplan ‘Velib’ (van Vťlos Libres) dat afgelopen weekeinde van start ging, is de voorlopige bekroning van zeven jaar groene revolutie. Sinds hij in 2001 gekozen werd, probeert de socialistische burgemeester Bertrand DelanoŽ Parijs minder auto-stad te maken. Het aantal fietspaden is verdubbeld, er is een tram gekomen, en elke zondag en zomer gaan de kades van de Seine dicht voor auto’s. En nu staat er dus een vloot stadsfietsen op straat.

Die politiek leidt al jaren tot gemopper onder automobilisten en motorrijders. Het aantal files nam toe, maandenlange werkzaamheden maakten van het zoeken naar de kortste weg een dagelijkse kwelling. Vorig jaar kende de stad ook nog eens recordaantal van 64 verkeersdoden.

Maar DelanoŽ, bijgestaan door zijn Groene wethouder van Verkeer Denis Baupin, houdt vol: het verkeer moet ‘diverser’ worden. Fietsen, trams, bussen moeten files en vervuiling verminderen. Volgens opiniepeilers staan de Parijzenaars – van wie minder dan de helft een auto heeft – daar in meerderheid achter. Edouard Labiche is nu al een wandelende reclame geworden voor DelanoŽ: „Automobilisten die mopperen moeten nog maar eens goed nadenken: zo wint hij volgend jaar gemakkelijk de verkiezingen.”

Parijs is niet de eerste Franse stad met een collectief fietsenplan. In Lyon draait zo’n systeem al enige jaren. Het basisidee lijkt op dat van het witte-fietsenplan, destijds in Amsterdam. Je gebruikt een fiets zolang je die nodig hebt, en daarna geef je hem terug aan het collectief. Maar er zijn twee verschillen: Velib is niet gratis, en iedere fietser is financieel verantwoordelijk voor zijn fiets zolang hij die gebruikt. In de praktijk betekent dit dat je een abonnement moet nemen (zie inzet).

De fietsen in Parijs blijken gewild: na vijf dagen hebben zich al meer dan 150.000 mensen geabonneerd. De massieve grijze gevaarten hebben in een paar dagen het gezicht van Parijs veranderd. Ze zoeven over drukke kruispunten, vormen stille legers in volle stallingen en vallen op als ze ontbreken – in lege stallingen. Auto’s laveren opeens voorzichtig door smalle straten en koeriers hebben een nieuwe reden om theatraal de handen te heffen.

Er is iets van Amsterdam in de stad geslopen: een langzamer ritme, de bereidheid van onbekenden een gesprek met elkaar te beginnen – en een nieuwe neiging om zich te presenteren als een wereldstad op dorpsniveau. „Parijs is maar een klein stadje”, zei burgemeester DelanoŽ zondag. In een half uur fiets je door de halve stad.

De vraag is of de veranderingen blijvend zijn, meent fietsenmaker Daniel Gťrard van Bastille Cycle, op de boulevard Richard Lenoir. Hij wil niet op voorhand negatief zijn, zegt hij: misschien dat Parijzenaars eindelijk gaan fietsen. Maar „Parijs heeft geen fietscultuur”. Bewoners zien de fiets als een extraatje, waar je geen geld voor uittrekt. „Als het regent, zijn ze de fietsen zo vergeten.”

Ook sommige enthousiaste Parijzenaars hebben twijfels. Christine Levacher kijkt met een zekere jaloezie naar al die mensen die soepeltjes fietsen uit de stallingen losklikken. Haar lukt het niet. Ze prutst met haar bankpas bij een van de gidspalen waar je een abonnement voor een dag of week kunt nemen. Ze vindt het ingewikkeld. Steeds vergist ze zich in de procedure. Maar een eenvoudig jaarabonnement wil ze niet. „Eerst kijken of het veilig is, tussen al die auto’s.” Edouard Labiche somt intussen situaties op waarin de fiets van nut kan zijn. ’s Nachts bijvoorbeeld, als je een feestje hebt dat tot na de laatste metro duurt. Enig nadeel: juist dan zijn sommige wegen in Parijs veranderd in racebanen voor beschonken chauffeurs.

Iedereen kan gebruik maken van de ruim 10.000 grijze fietsen die verspreid over Parijs in 750 stallingen staan.

Deelnemers moeten een abonnement nemen, voor een dag, een week of een jaar.

Abonnementen voor een dag of een week kun je met een bankpas kopen via een van de 750 schermen bij de stallingen (volg de instructies, in het Engels of het Frans).

Een abonnement kost 1 euro voor een dag of 5 euro voor een week. Een borgsom van 150 euro wordt gereserveerd, maar niet afgeschreven.

Met het abonnementsnummer kies je een fiets, die je een half uur gratis kunt gebruiken. Het tweede half uur kost een euro. Daarna loopt de prijs snel op. Over het algemeen is de fiets dan allang in een stalling teruggezet, waardoor de tijd stopt. Extra kosten worden verrekend via de borgsom.

Voor een jaarabonnement (29 euro) is alleen te verkrijgen via de website velib.paris.fr.


De kritische mobilist 2007


Commentaar en kopij aan ons opsturen

Terug naar eerste pagina