De kritische mobilist (v/h Verontruste ANWB leden)

Alternatieve energie / Kabinet te kalmpjes met biobrandstof

door C. Daey Ouwens, Maartje Romme en Pauline Westendorp *)

(Trouw podium 08-11-2005) Olie kan worden gemaakt uit hout. Ethanol kan benzine vervangen. Maar het gebeurt niet. Het kabinetsbeleid inzake alternatieve energie schiet volkomen tekort, want de vele mogelijkheden die er zijn blijven grotendeels onbenut.

Biobrandstoffen klinken leuk, verantwoord en goedkoop, maar eerlijk is eerlijk: het is op dit moment moeilijk te zeggen hoe leuk, verantwoord en goedkoop het gebruik van deze brandstoffen in werkelijkheid is. Onderzoeksresultaten over milieuwinsten spreken elkaar soms tegen. Daarnaast bestaan er nog maar ten dele keurmerken om negatieve neveneffecten tegen te gaan. Innovatie is nodig., een eindstadium is op geen stukken na bereikt. Goed overheidsbeleid vraagt onder deze omstandigheden om de ontwikkeling van een speelveld waarop de markt haar eigen selecties kan maken. En om een mechanisme dat ongewenste neveneffecten kan tegengaan. Het kabinet heeft op prinsjesdag een tweesporenbeleid aangekondigd voor het stimuleren van het gebruik van biobrandstoffen, n spoor voor het gebruik van reeds ontwikkelde biobrandstoffen en een innovatief spoor voor het verder ontwikkelen van biobrandstof.

Brussel vraagt om reeds dit jaar twee procent van de momenteel gebruikte fossiele brandstof te vervangen door biobrandstof. Nederland is een van de laatste landen die dit soort maatregelen nemen, per 2006. Markttechnisch hebben we inmiddels een achterstand opgelopen.

Wat betreft innovatie is er nu weliswaar een keuze gemaakt om nieuwe biobrandstoffen te stimuleren en ligt er in ieder geval iets wat op beleid lijkt, maar het kabinet toont zich met zijn plannen uiterst voorzichtig. 'De geavanceerde biobrandstoffen zullen vanwege de lagere kosten en de betere milieuprestaties op termijn naar verwachting de huidige biobrandstoffen van de markt verdringen', verwoordt het kabinet zijn beleid. Maar, waarom geen versneld, krachtig beleid om onze inmiddels opgelopen achterstand bij de ontwikkeling en inzet van biobrandstoffen om te buigen naar een voorsprong waar niet alleen ons land maar ook de ontwikkelingslanden van profiteren? Het kabinet roept dat het naar een kennisintensieve economie toe wil, met minimale belasting van het milieu. Kan dat op dit gebied? Jawel, er zijn zelfs diverse mogelijkheden waarbij de noodzakelijke kennis en innovatieve bedrijven in ons land aanwezig zijn.

Een voorbeeld is de productie van zeer schone olie via het vergassen van biomassa (hout). Dit gebeurt al op grote schaal met aardgas en steenkool. De tijd is onderhand rijp om dit, overwegend in Nederland ontwikkelde proces, grootschalig op bijvoorbeeld de Maasvlakte toe te passen.

Een ander voorbeeld is het gebruik van reststromen van slachtbedrijven, waar nu geen bestemming meer voor is, voor de productie van diesel. Het is een aanzienlijke stroom en er is goede biodiesel van te maken. Een eerste aanzet voor grootschalige productie is al gezet.

Een ander mogelijkheid is de productie van ethanol als vervanger van benzine. Ook hier is het beter om naar nieuwe ontwikkelingen te kijken. Het gaat dan om het gebruik van reststromen van b.v. de voedingsmiddelen industrie en - op termijn - van houtachtige gewassen.

Er zijn echter ook biobrandstoffen die sociale, maatschappelijke en economische voordelen koppelen aan milieuvoordelen. De opbouw van een eigen, lokale olievoorziening in ontwikkelingslanden bijvoorbeeld kan gepaard gaan met inkomstengenererende verkoop op een internationale markt voor biobrandstoffen. Zelden gaan milieu- en ontwikkelingsdoeleinden zo mooi en zo expliciet hand in hand.

Een veelbelovend gewas in deze categorie is jatropha. Het is een struik die ook op niet meer voor andere landbouwdoeleinden geschikte, en zelfs op licht zoute, gronden groeit in alle landen rond de evenaar. Met een evenwichtig beleid kan deze plant een grote rol vervullen bij armoedebestrijding en verbetering van landbouwgronden. Jatropha verdient de aandacht van Van Geel en van zijn collega Van Aardenne. De ontwikkeling van een internationale markt voor jatropha- olie ligt op beider terrein en zou door beiden gestimuleerd kunnen worden.

Goed beleid richt zich op het creeren van een markt die de ontwikkeling van bovengenoemde alternatieven stimuleert. Een flexibel stelsel, onder het motto, 'hoe beter de brandstof, hoe lager de accijns' zal die ontwikkelingen bevorderen. Een goed beleid in deze kan echter niet zonder noodzakelijke regulering om ongewenste neveneffecten tegen te gaan. Het zal het stimuleren van biobrandstoffen koppelen aan strenge regulering, die uitbuiting van mens en/of milieu moet voorkomen.

Terug naar het nieuwe regeringsbeleid. Is dat een goed beleid? Is er van de hier besproken elementen iets terug te vinden in de nu op tafel liggende plannen? Het lijkt er niet op. We moeten blijkbaar, zoals met vrijwel alles, op de volgende regering wachten voordat er een breed genspireerd, doortastend beleid komt.

*) Professor Ir. C. Daey Ouwens is verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven; Maartje Romme en Pauline Westendorp werken bij het NEW NRG in Amsterdam, een organisatie die de ontwikkeling van schone energie bevordert.


De kritische mobilist 2005

Commentaar en kopij aan ons opsturen


Terug naar eerste pagina